De biologische klok in ontwikkeling
De biologische klok in ontwikkeling
Auteurs: Lot van Winden, Saskia Cornet, Laura Kervezee (LUMC)
Dat baby’s een 24-uursritme hebben, daar zullen veel ouders het niet mee eens zijn. Sterker nog, baby’s staan erom bekend dat ze de biologische ritmes van ouders flink door de war kunnen schoppen. Ze slapen wanneer ze willen, juist niet wanneer de ouders dat willen. Ze eten de hele dag door. Toch lijkt de ontwikkeling van de biologische klok al vroeg te beginnen.
In de buik
Al voor de geboorte begint de biologische klok stukje bij beetje tot stand te komen. Onderdelen hiervan, zoals de centrale klok in de hersenen, ontwikkelen zich al tijdens de zwangerschap. Ook wordt de baby klaargestoomd om signalen van hun biologische klok te ontvangen. Zo ontwikkelt bijvoorbeeld hun pupilreflex, belangrijk voor het ontvangen van licht via de ogen.
In de buik is de baby nog wel afhankelijk van het biologische ritme van de moeder. Het krijgt te maken met dagelijkse schommelingen in lichaamstemperatuur, voedingsstoffen, en hormonen.

Dat ritme van de moeder is belangrijk. Zo laat onderzoek zien dat verstoringen van de biologische klok, bijvoorbeeld door nachtdiensten, verbonden zijn aan negatieve gevolgen voor de zwangerschap en de baby. Denk aan een groeiachterstand en een verhoogd risico op vroeggeboorte.
Uit de buik
In de eerste weken tot maanden na de geboorte kunnen er al 24-uursritmes in verschillende biologische processen herkend worden, zoals in hartslag, lichaamstemperatuur en hormonen. Zelfs in te vroeg geboren baby’s zijn bepaalde ritmes al meetbaar. De ritmes veranderen in de maanden na de geboorte nog veel, en ontwikkelen zich zo tot meer ‘volwassen’ patronen.
Deze 24-uursritmes worden aangestuurd door de biologische klok van de baby’s zelf en worden beïnvloedt door omgevingsfactoren zoals licht, en vanuit de moeder door bijvoorbeeld de samenstelling van de borstvoeding en de hormonen die erin zitten.
Ook het slaappatroon ontwikkelt zich langzaam. In de eerste paar weken van het leven slapen baby’s bijna 70% van de dag, zonder duidelijk ritme. Na ongeveer 15 weken beginnen er patronen te ontstaan in het slaapritme en na 6 tot 9 maanden slapen de meeste baby’s de nacht door. Niet omdat ze veel minder slapen dan eerst, maar omdat de verdeling van de slaap over de dag een meer volwassen patroon aanneemt.

Wat kunnen we hiermee?
Naast dat het voor onderzoekers interessant is om te weten wanneer de biologische klok zich ontwikkelt, heeft deze kennis ook praktische toepassingen. Meer kennis over het ontstaan van de biologische klok zou ons namelijk kunnen helpen om die ontwikkeling zo goed mogelijk te ondersteunen.
Neem bijvoorbeeld de NICU: de afdeling waar te vroeg geboren of zieke baby’s terechtkomen. Er zijn momenteel nog bijna geen richtlijnen als het gaat om omgevingsfactoren die biologische ritmes beïnvloeden: op sommige kamers is er daglicht, op andere niet. Lampen staan soms zelfs de hele nacht aan. Daarnaast is ook de timing van voeding niet afgesteld op een dag-nachtritme, en zijn couveuses over het algemeen de hele dag ingesteld op een vaste temperatuur.
Daar is ruimte voor verbetering! Verschillende teams van onderzoekers zijn hier dan ook druk mee bezig. Zo blijkt dat licht met een natuurlijk ritme in de NICU verschillende positieve effecten kan hebben, zoals betere slaap en snellere groei.
Ook lijkt borstvoeding verschillende voedingswaarden te hebben op verschillende tijden van de dag. Onderzoekers bekijken of er positieve effecten zijn van gekolfde melk op het juiste moment geven.
Dit soort onderzoek kan ons helpen om nieuwe richtlijnen te ontwikkelen, zodat we ook de omgeving van de jongste doelgroep zo goed mogelijk kunnen inrichten op het bevorderen van de biologische klok!
Meer weten?
- Heb je vragen over dit artikel? Stuur dan een mailtje naar bioclock@lumc.nl.
- Kijk op bioclockconsortium.org voor meer informatie over BioClock onderzoek